Insolventierecht
Faillissementsrecht. Verzet tegen uitdelingslijst; niet-geverifieerde schuldeisers (art. 186 lid 1 F.) (81 RO)
Hoge Raad, 21 december 2007
ECLI:NL:HR:2007:BB8643 · Hoge Raad · 21 december 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-bb8643
Zaakgegevens
Op 21 december 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 december 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R07/024HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.E Vermeulen, mr. H.J.A Knijff
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BB8643
Samenvatting
Faillissementsrecht. Verzet tegen uitdelingslijst; niet-geverifieerde schuldeisers (art. 186 lid 1 F.) (81 RO)
Procesgang
Hoge Raad · 21 december 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BB8643
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 december 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BB8643
Uitspraak
21 december 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/024HR
MK
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
mr. R.J. GRAAF SCHIMMELPENNINCK, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van JOMED N.V.,
wonende te Amsterdam,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats], Italië,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. H.J.A. Knijff,
e n
1. de vennootschap naar het recht van de staat New York, Verenigde Staten, HFTP INVESTMENT L.L.C.,
kantoorhoudende te New York, Verenigde Staten,
2. de rechtspersoon naar het recht van de Kaaimaneilanden PROMETHEAN I MASTER LTD,
kantoorhoudende op de Kaaimaneilanden,
3. de rechtspersoon naar het recht van de staat Delaware, Verenigde Staten, CAERUS PARTNERS L.L.C.,
kantoorhoudende te New York, Verenigde Staten,
4. de rechtspersoon naar het recht van de Kaaimaneilanden PROMETHEAN II MASTER L.P.,
kantoorhoudende op de Kaaimaneilanden,
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
niet verschenen.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als de curator, verweerders onder 1 en 2 als [verweerder] c.s. en belanghebbenden als de fondsen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 20 december 2006 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend bezwaarschrift hebben [verweerder] c.s. op de voet van art. 186 F. verzet aangetekend tegen de op 11 december 2006 gedeponeerde uitdelingslijst in het faillissement van Jomed N.V. (hierna: Jomed) en verzocht hun vordering op Jomed ter hoogte van € 14.949.654,-- te verifiëren en toe te laten als concurrente vordering, alsmede de uitdelingslijst dienovereenkomstig te wijzigen zodat deze vordering alsnog in de verdeling van het beschikbaar actief wordt begrepen.
De fondsen en een aantal erkende schuldeisers in het faillissement van Jomed, alsmede de curator hebben een verweerschrift ingediend.
Na behandeling van het verzetschrift ter openbare terechtzitting van 17 januari 2007 heeft de rechtbank bij tussenbeschikking van 31 januari 2007 [verweerder] c.s. ontvankelijk verklaard in hun verzet, de zaak verwezen naar de openbare zitting om de behandeling voort te zetten en bepaald dat tegen de beschikking tussentijds cassatieberoep kan worden ingesteld.
De tussenbeschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen deze beschikking van de rechtbank heeft de curator beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De zaak is voor de curator toegelicht door zijn advocaat en voor [verweerder] c.s. door mr. B. Winters, advocaat te Amsterdam. De fondsen zijn in cassatie niet verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 371,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 december 2007.