Insolventierecht
Faillissementsrecht. Conclusie A-G: geen vaststelling in rechte van bestaan vorderingsrecht schuldeiser, maar…
Hoge Raad, 21 december 2007
ECLI:NL:HR:2007:BB9663 · Hoge Raad · 21 december 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-bb9663
Zaakgegevens
Op 21 december 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 december 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/11753
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W. Römelingh
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BB9663
Samenvatting
Faillissementsrecht. Conclusie A-G: geen vaststelling in rechte van bestaan vorderingsrecht schuldeiser, maar of bestaan vorderingsrecht summierlijk is gebleken (art. 6 lid 3 F.); verzoek tot faillietverklaring geen criminal charge (art. 6 EVRM) (81 RO)
Procesgang
Hoge Raad · 21 december 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BB9663
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 december 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BB9663
Uitspraak
21 december 2007
Eerste Kamer
Nr. 07/11753
RM/MK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. W. Römelingh,
t e g e n
Mr. J.M. VAN REMUNDT, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van Uitzendbureau Europe 2100 B.V.,
kantoorhoudende te Rijswijk,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en mr. Van Remundt q.q.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 20 juli 2007 heeft de rechtbank 's-Gravenhage, op verzoek van mr. Van Remundt q.q., [verzoeker] in staat van faillissement verklaard, met benoeming van een rechter-commissaris en met aanstelling van een curator.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 18 september 2007 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bij brief van 30 oktober 2007 heeft mr. Van Remundt q.q. bericht zich te refereren aan het oordeel van de Hoge Raad.
De advocaat van [verzoeker] heeft de zaak mondeling toegelicht ter zitting van 16 november 2007.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 december 2007.