Insolventierecht
WSNP. Beëindiging toepassing van de schuldsaneringsregeling op voordracht van de rechter-commissaris op grond…
ECLI:NL:HR:2008:BC6627 · Hoge Raad · 25 april 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc6627
Zaakgegevens
Op 25 april 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 april 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R07/094HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P. Garretsen.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC6627
Samenvatting
WSNP. Beëindiging toepassing van de schuldsaneringsregeling op voordracht van de rechter-commissaris op grond van art. 350 lid 3, aanhef en onder c, F. wegens verzwijging door schuldenaar op de toelatingszitting van detenties (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 25 april 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC6627
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 april 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC6627
Uitspraak
25 april 2008
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/094HR
IV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
De rechtbank Utrecht heeft bij vonnis van 26 februari 2007 op voordracht van de rechter-commissaris de schuldsaneringsregeling van [verzoeker] beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam (nevenvestiging Arnhem).
Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 3 mei 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 25 april 2008.