Insolventierecht

WSNP; tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens het niet naar behoren nakomen van een of…

Hoge Raad, 20 juni 2008

Zaakgegevens

Op 20 juni 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 juni 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
R07/107HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. W. Römelingh.
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BD2004
E-mail

Samenvatting

WSNP; tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens het niet naar behoren nakomen van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 20 juni 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BD2004

  2. Conclusie A-G · 20 juni 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BD2004

Uitspraak

20 juni 2008

Eerste Kamer

Nr. R07/107HR

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. W. Römelingh.

Verzoeker zal hierna worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties

Op 4 juli 2005 heeft de rechtbank Zwolle-Lelystad de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] uitgesproken.

De bewindvoerder van [verzoeker] heeft bij verzoek van 15 november 2006 de rechter-commissaris voorgesteld om deze schuldsanering voor te dragen voor tussentijdse beëindiging. Nadat de rechter-commissaris hiertoe was overgegaan, heeft de Rechtbank bij vonnis van 15 februari 2007 de toepassing van de schuldsanering beëindigd.

Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Bij arrest van 15 mei 2007 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 juni 2008.