Insolventierecht
WSNP. Tussentijdse beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling wegens het vóór de toelating tot de…
ECLI:NL:HR:2008:BD3131 · Hoge Raad · 11 juli 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bd3131
Zaakgegevens
Op 11 juli 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 juli 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/13591
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W. Alt.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BD3131
Samenvatting
WSNP. Tussentijdse beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling wegens het vóór de toelating tot de schuldsaneringsregeling niet te goeder trouw zijn geweest ten aanzien van het ontstaan/onbetaald laten van bepaalde schulden (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 11 juli 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BD3131
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 juli 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD3131
Uitspraak
11 juli 2008
Eerste Kamer
07/13591
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 5 maart 2007 is ten aanzien van [verzoekster] de definitieve toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uitgesproken.
Naar aanleiding van een brief van de bewindvoerder van 15 juni 2007, met als bijlage een brief van de Gemeente Nijmegen van 14 juni 2007, en op verzoek van de rechter-commissaris, heeft de rechtbank [verzoekster] gehoord ter terechtzitting van 25 september 2007.
Bij vonnis van 4 oktober 2007 heeft de rechtbank vastgesteld dat [verzoekster] één of meer van haar uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen. De rechtbank heeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd, met benoeming van een rechter-commissaris en een curator in het faillissement van [verzoekster].
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij arrest van 10 december 2007 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen dit arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.