Insolventierecht

WSNP; cassatie, ontvankelijkheid, beroepschrift niet voldoet aan eisen van art. 426a lid 1 Rv.; aanvullen van…

Zaakgegevens

Op 19 december 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/00592
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J. Groen.
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BG3577
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WSNP; cassatie, ontvankelijkheid, beroepschrift niet voldoet aan eisen van art. 426a lid 1 Rv.; aanvullen van beroep(sgronden) na verstrijken cassatietermijn.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 19 december 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BG3577

  2. Conclusie A-G · 19 december 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BG3577

Uitspraak

19 december 2008

Eerste Kamer

08/00592

RM/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J. Groen.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 18 oktober 2007 ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.

De rechtbank heeft bij beschikking van 4 december 2007 het verzoek afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 1 februari 2008 heeft het hof de beslissing waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [verzoeker] in zijn beroep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1 Tegen de op 1 februari 2008 ter openbare terechtzitting door het hof gedane uitspraak, waarbij de uitspraak tot afwijzing van het verzoek van [verzoeker] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is bekrachtigd, stond ingevolge art. 292 lid 5 F. gedurende acht dagen na de dag van die uitspraak beroep in cassatie open.

De cassatietermijn verstreek dus op 9 februari 2008.

Bij verzoekschrift van 8 februari 2008 heeft mr. C.A. Madern, advocaat te Amsterdam, beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof. Op 14 februari 2008 is een verzoekschrift tot cassatie ingediend door mr. J. Groen, advocaat te 's-Gravenhage.

3.2 Het op 8 februari 2008 ingediende verzoekschrift van mr. Madern voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv. omdat het niet is ingediend noch is getekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Het vervolgens door mr. Groen ingediende verzoekschrift is niet binnen de cassatietermijn ingekomen en doet geen beroep op bijzondere omstandigheden die overschrijding van de cassatietermijn zouden kunnen rechtvaardigen. Dit brengt mee dat verzoeker in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 december 2008.