Insolventierecht

WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling (81 RO).

Zaakgegevens

Op 19 december 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/01258
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. W. Römelingh.
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BG4975
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WSNP; tussentijdse beëindiging van toepassing van schuldsaneringsregeling (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 19 december 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BG4975

  2. Conclusie A-G · 19 december 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BG4975

Uitspraak

19 december 2008

Eerste Kamer

08/01258

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. W. Römelingh.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 15 mei 2007 is ten aanzien van [verzoeker] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

Bij vonnis van de rechtbank Utrecht van 7 januari 2008 is, op verzoek van de bewindvoerder, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling beëindigd. Hierna heeft de rechtbank op 10 januari 2008 een herstelvonnis gewezen.

Tegen de vonnissen van 7 en 10 januari 2008 heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 13 maart 2008 heeft het hof het vonnis van de rechtbank van 7 januari 2008 bekrachtigd en het vonnis van 10 januari 2008 vernietigd. Het hof heeft verstaan dat [verzoeker] van rechtswege in staat van faillissement zal komen te verkeren zodra het arrest in kracht van gewijsde is gegaan.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker]s beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 december 2008.