Insolventierecht
Faillissementsrecht. Voornemen van gefailleerde om onder de beschutting van het faillissement zoveel mogelijk…
ECLI:NL:HR:2009:BG6489 · Hoge Raad · 6 februari 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bg6489
Zaakgegevens
Op 6 februari 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 februari 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/02630
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BG6489
Samenvatting
Faillissementsrecht. Voornemen van gefailleerde om onder de beschutting van het faillissement zoveel mogelijk activa voor de boedel te vergaren kan geen opheffing van het faillissement wegens gebrek aan baten verhinderen. (81 RO)
Procesgang
Hoge Raad · 6 februari 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BG6489
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 februari 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BG6489
Uitspraak
6 februari 2009
Eerste Kamer
08/02630
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 27 juli 2005 is ten aanzien van [verzoeker] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.
De rechter-commissaris heeft op 12 maart 2007 een voordracht gedaan strekkende tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
De mondelinge behandeling van de voordracht van de rechter-commissaris heeft plaatsgevonden op 19 april 2007. Hierna heeft de rechtbank bij vonnis van 26 april 2007 de toepassing van de schuldsanering beëindigd en, voor het geval deze uitspraak kracht van gewijsde krijgt, bepaald dat [verzoeker] in staat van faillissement zal verkeren.
Hierna heeft de rechter-commissaris de rechtbank verzocht het faillissement van [verzoeker] op te heffen. Bij beschikking van 15 mei 2008 heeft de rechtbank het faillissement opgeheven.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
De curator in het faillissement van [verzoeker] heeft het hoger beroep bestreden.
Na mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft het hof bij arrest van 17 juni 2008 de bestreden beschikking bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 februari 2009.