Insolventierecht

WSNP. Afwijzing verzoek tot opheffing faillissement en toelating tot de schuldsaneringsregeling (art. 15b F.)…

Zaakgegevens

Op 13 februari 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 februari 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/04198
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BG7406
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WSNP. Afwijzing verzoek tot opheffing faillissement en toelating tot de schuldsaneringsregeling (art. 15b F.) wegens niet-nakoming van uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen als bedoeld in art. 288, lid 1 onder c, F. (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 13 februari 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BG7406

  2. Conclusie A-G · 13 februari 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BG7406

Uitspraak

13 februari 2009

Eerste Kamer

08/04198

RM/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 juni 2006 is [verzoeker] in staat van faillissement verklaard.

Met een op 6 februari 2008 ter griffie van die rechtbank ingekomen verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot die rechtbank en verzocht het faillissement op te heffen en hem toe te laten tot de schuldsaneringsregeling.

De rechtbank heeft bij vonnis van 17 juli 2008 het verzoek afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 25 september 2008 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 februari 2009.