Insolventierecht
Faillissementsrecht; afgewezen verzoek van gewezen curator tot vaststelling van salaris op de voet van art…
ECLI:NL:HR:2009:BH5462 · Hoge Raad · 8 mei 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bh5462
Zaakgegevens
Op 8 mei 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 mei 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/03644
- Rechtsgebied
- Civiel recht Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M. Stol.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BH5462
Samenvatting
Faillissementsrecht; afgewezen verzoek van gewezen curator tot vaststelling van salaris op de voet van art. 71 F. (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 8 mei 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BH5462
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 mei 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BH5462
Uitspraak
8 mei 2009
Eerste Kamer
08/03644
RM/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M. Stol.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instantie
Bij vonnis van 5 september 2001 is het faillissement van Warmvloer Den Haag B.V. uitgesproken met aanstelling van [verzoeker] als curator.
In de onderhavige procedure heeft [verzoeker] de rechtbank 's-Gravenhage verzocht om vaststelling van zijn salaris en het bedrag van de faillissementskosten op grond van ingediende declaraties over de periode van 5 september 2001 tot 6 april 2006. [Verzoeker] heeft een salaris van € 8.391,37 en een bedrag aan kosten van € 491,07 voorgesteld.
De rechtbank heeft de rechter-commissaris omtrent het verzoek gehoord. In zijn memo van 15 maart 2007 heeft de rechter-commissaris de rechtbank geadviseerd om het salaris en het bedrag van de kosten vast te stellen op € 4.400,-- exclusief btw.
Nadat [verzoeker] zijn standpunten bij brieven van 30 maart en 24 april 2007 had uiteengezet, heeft de rechtbank hem op 25 april 2007 gehoord.
Bij tussenbeschikking van 12 juli 2007 heeft de rechtbank de opvolgend curator, [betrokkene 2], en [verzoeker] verzocht hun standpunten nader uiteen te zetten. [Betrokkene 2] heeft dit bij brief van 20 september 2007 gedaan. [Verzoeker] heeft bij brief van 3 december 2007 op de brief van [betrokkene 2] gereageerd. In zijn brief verzocht [verzoeker] tevens een nader uitstel voor het geven van een reactie omdat hij (nog) niet de beschikking had over het faillissementsdossier.
De rechtbank heeft bij eindbeschikking van 27 mei 2008 het salaris van [verzoeker] over de periode van 5 september 2001 tot 6 april 2006 vastgesteld op € 4.400,-- (exclusief de verschuldigde omzetbelasting).
De beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de eindbeschikking van de rechtbank heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieverzoek.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 18 maart 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 mei 2009.