Insolventierecht

WSNP. Beëindiging schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 1 en 3 onder g F. Niet-ontvankelijkheid…

Hoge Raad, 23 oktober 2009

Zaakgegevens

Op 23 oktober 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 oktober 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/02747
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BJ7535
E-mail

Samenvatting

WSNP. Beëindiging schuldsaneringsregeling op grond van art. 350 lid 1 en 3 onder g F. Niet-ontvankelijkheid hoger beroep (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 23 oktober 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BJ7535

  2. Conclusie A-G · 23 oktober 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BJ7535

Uitspraak

23 oktober 2009

Eerste Kamer

09/02747

EE/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Verzoeker 1],

2. [Verzoekster 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van 16 april 2008 van de rechtbank 's-Gravenhage is ten aanzien van [verzoeker] c.s. de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken. De aangewezen bewindvoerder (L. Maas) heeft op 1 december 2008 de rechtbank verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen.

Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij beschikking van 23 april 2009 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] c.s. beëindigd. Voor het geval dat de uitspraak kracht van gewijsde krijgt, heeft de rechtbank bepaald dat [verzoeker] c.s. in staat van faillissement verkeren.

Tegen dit vonnis hebben [verzoeker] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 7 juli 2009 heeft het hof [verzoeker] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 oktober 2009.