Insolventierecht

WSNP. Toepassing schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd. (art. 81 RO).

Zaakgegevens

Op 5 maart 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 maart 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/03349
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. W. Römelingh.
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BL1124
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WSNP. Toepassing schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd. (art. 81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 5 maart 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BL1124

  2. Conclusie A-G · 5 maart 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BL1124

Uitspraak

5 maart 2010

Eerste Kamer

09/03349

EE/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. W. Römelingh.

Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij vonnis van 24 september 2007 van de rechtbank Amsterdam is ten aanzien van [verzoeker] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een bewindvoerder en een rechter-commissaris.

Op voordracht van de rechter-commissaris heeft de rechtbank, na een tussenvonnis van 18 maart 2009, bij eindvonnis van 13 mei 2009 de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd.

Tegen het eindvonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij arrest van 18 augustus 2009 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 maart 2010.