Insolventierecht

WSNP. Tussentijdse beëindiging toepassing schuldsanering krachtens art. 350 F.; niet-voldoening schuldenaar…

Zaakgegevens

Op 21 mei 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 mei 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/04396
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P. Garretsen.
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BL9547
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WSNP. Tussentijdse beëindiging toepassing schuldsanering krachtens art. 350 F.; niet-voldoening schuldenaar aan informatieplicht jegens bewindvoerder (art. 350 lid 3 onder c Fw); schuldenaar heeft bovenmatige nieuwe schulden laten ontstaan. (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 21 mei 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BL9547

  2. Conclusie A-G · 21 mei 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BL9547

Uitspraak

21 mei 2010

Eerste Kamer

09/04396

EE/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 08/135 R van de rechtbank Zutphen van 6 mei 2008 en 16 september 2009,

b. het arrest in de zaak 200.044.248 van het gerechtshof te Arnhem van 26 oktober 2009.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 mei 2010.