Insolventierecht

WSNP. Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 1, aanhef en onder…

Hoge Raad, 15 oktober 2010

Zaakgegevens

Op 15 oktober 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 oktober 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/02602
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BO0415
E-mail

Samenvatting

WSNP. Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling op grond van art. 288 lid 1, aanhef en onder b, F. (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 15 oktober 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BO0415

  2. Conclusie A-G · 15 oktober 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BO0415

Uitspraak

15 oktober 2010

Eerste Kamer

10/02602

DV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 109698/FT RK 10-173 van de rechtbank Almelo van 27 april 2010,

b. het arrest in de zaak 200.064.464 van het gerechtshof te Arnhem van 14 juni 2010.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 oktober 2010.