Insolventierecht

WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei op de voet van art. 350 lid 3, onder…

Zaakgegevens

Op 1 april 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/04591
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P. Garretsen.
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BP4026
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling zonder schone lei op de voet van art. 350 lid 3, onder c, F. (81 RO)

Procesgang

  1. Hoge Raad · 1 april 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BP4026

  2. Conclusie A-G · 1 april 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BP4026

Uitspraak

1 april 2011

Eerste Kamer

10/04591

AS/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer 07/662R van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 2 september 2010,

b. het arrest in de zaak 200.073.455 van het gerechtshof te Arnhem van 14 oktober 2010.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 april 2011.