Insolventierecht
Art. 81 RO. WSNP; verzoeken als bedoeld in art. 284 en art. 287a lid 1 F.
Hoge Raad, 20 mei 2011
ECLI:NL:HR:2011:BP8789 · Hoge Raad · 20 mei 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bp8789
Zaakgegevens
Op 20 mei 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 mei 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/05437
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.S.M. Dietz de Loos-Schrijver.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BP8789
Samenvatting
Art. 81 RO. WSNP; verzoeken als bedoeld in art. 284 en art. 287a lid 1 F.
Procesgang
Hoge Raad · 20 mei 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BP8789
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 mei 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BP8789
Uitspraak
20 mei 2011
Eerste Kamer
10/05437
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.S.M. Dietz de Loos-Schrijver.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 357661/FT RK 10.190 en 357661/FT RK 10.190 van de rechtbank 's-Gravenhage van 10 juni 2010;
b. het vonnis in de zaak 357659/FT RK 10.189 en 357662/FT RK 10.191 van de rechtbank 's-Gravenhage van 21 september 2010;
c. het arrest in de zaak 200.074.372/01 van het gerechtshof 's-Gravenhage van 7 december 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 mei 2011.