Insolventierecht

Art. 81 RO. WSNP. Beëindiging toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling zonder schone lei; art. 354 F.

Hoge Raad, 10 juni 2011

Zaakgegevens

Op 10 juni 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juni 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/04891
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J.M. van der Linden.
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BQ0531
E-mail

Samenvatting

Art. 81 RO. WSNP. Beëindiging toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling zonder schone lei; art. 354 F.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 10 juni 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BQ0531

  2. Conclusie A-G · 10 juni 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BQ0531

Uitspraak

10 juni 2011

Eerste Kamer

10/04891

DV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. J.M. van der Linden.

Verzoekster tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer 07/558 van de rechtbank Arnhem van 1 oktober 2010,

b. het arrest in de zaak 200.075.001 van het gerechts-hof te Arnhem van 8 november 2010.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.