Insolventierecht

Art. 81 RO. WSNP. Beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling zonder schone lei; artt. 352, 354 F.

Zaakgegevens

Op 21 oktober 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 oktober 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/02601
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P. Garretsen.
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BT8815
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 81 RO. WSNP. Beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling zonder schone lei; artt. 352, 354 F.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 21 oktober 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BT8815

  2. Conclusie A-G · 21 oktober 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BT8815

Uitspraak

21 oktober 2011

Eerste Kamer

11/02601

DV/IF

Arrest

in de zaak van:

Hoge Raad der Nederlanden

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer 07/785 R van de rechtbank Rotterdam van 1 april 2011,

b. het arrest in de zaak 200.085.275/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 24 mei 2011.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 oktober 2011.