Insolventierecht

Art. 81 RO. WSNP; art. 295, 307 F. Vordering bewindvoerder tegen derde aan wie na uitspreken toepassing…

Zaakgegevens

Op 8 juni 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juni 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/01767
Procedure
Cassatie
Advocaat
aanvankelijk mr. P. Garretsen
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BW5726
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 81 RO. WSNP; art. 295, 307 F. Vordering bewindvoerder tegen derde aan wie na uitspreken toepassing schuldsaneringsregeling gelden door debiteuren van schuldenaar zijn overgemaakt. Beroep op verrekening.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 8 juni 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BW5726

  2. Conclusie A-G · 8 juni 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BW5726

Uitspraak

8 juni 2012

Eerste Kamer

11/01767

DV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 90312/HA ZA 08-558 van de rechtbank Leeuwarden van 16 september 2009;

b. het arrest in de zaak 200.045.728/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 26 oktober 2010.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerder] is verstek verleend.

De zaak is voor [eiser] toegelicht door mr. P. Garretsen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 8 juni 2012.