Insolventierecht
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling; art. 350 lid 3, onder c, Fw.
Hoge Raad, 28 juni 2013
ECLI:NL:HR:2013:52 · Hoge Raad · 28 juni 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/insolventierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2013-52
Zaakgegevens
Op 28 juni 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 juni 2013
- Datum publicatie
- 4 juli 2013
- Zaaknummer
- 13/01618
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W. Römelingh.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:52
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling; art. 350 lid 3, onder c, Fw.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 mei 2013
ECLI:NL:PHR:2013:CA0472Hoge Raad · 28 juni 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:52
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
28 juni 2013
Eerste Kamer
nr. 13/01618
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. W. Römelingh.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
-
het vonnis in de zaak met het insolventienummer 14/10/276 R van de rechtbank Noord-Holland van 12 februari 2013;
-
het arrest in de zaak 200.122.181/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 maart 2013.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 28 juni 2013.