Insolventierecht

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling; art. 350 lid 3 Fw.

Zaakgegevens

Op 1 maart 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 maart 2013
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12/05537
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ0513
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling; art. 350 lid 3 Fw.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 1 maart 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ0513

  2. Conclusie A-G · 1 maart 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ0513

Uitspraak

1 maart 2013

Eerste Kamer

12/05537

RM/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 10/999 R van de rechtbank Breda van 8 oktober 2012;

b. de beschikking in de zaak HV 200.115.053/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 november 2012.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op grond van art. 80a RO.

De advocaat van [verzoeker] heeft op 23 januari 2012 schriftelijk op dat standpunt gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren C.E. Drion en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 1 maart 2013.