Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Schending sollicitatieplicht.

Hoge Raad, 13 juni 2014

Zaakgegevens

Op 13 juni 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juni 2014
Datum publicatie
13 juni 2014
Zaaknummer
14/01789
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. E. Tamas.
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:1407
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Schending sollicitatieplicht.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 2 mei 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:422
  2. Hoge Raad · 13 juni 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:1407

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

13 juni 2014

Eerste Kamer

nr. 14/01789

LZ/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoekster],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. E. Tamas.

Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak met het insolventienummer C/09/12/903R van de rechtbank Den Haag van 17 januari 2014;

b. het arrest in de zaak 200.140.746/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 maart 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 16 mei 2014 op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 13 juni 2014.