Insolventierecht

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Procesrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep. Termijnoverschrijding

Hoge Raad, 12 september 2014

Zaakgegevens

Op 12 september 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 september 2014
Datum publicatie
11 september 2014
Zaaknummer
14/02630
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:2664
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Procesrecht. Ontvankelijkheid hoger beroep. Termijnoverschrijding

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 mei 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:3848
  2. Conclusie A-G · 11 juli 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:1710
  3. Hoge Raad · 12 september 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:2664

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

12 september 2014

Eerste Kamer

14/02630

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaken C16/359383/FT RK 13/3053 en C/16/14/257 F van de rechtbank Midden-Nederland van 18 februari 2014 en 25 maart 2014;

b. het arrest in de zaak 200.144.572 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 mei 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker met toepassing van art. 80a RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4-6).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 12 september 2014.