Insolventierecht

Art. 80a lid 1 RO. WSNP; beëindiging schuldsanering.

Hoge Raad, 29 januari 2016

Zaakgegevens

Op 29 januari 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 januari 2016
Datum publicatie
29 januari 2016
Zaaknummer
15/04776
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:159
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. WSNP; beëindiging schuldsanering.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 27 november 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:2333
  2. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:7566
  3. Hoge Raad · 29 januari 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:159

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

29 januari 2016

Eerste Kamer

15/04776

LZ/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak C/17/13/293 R van de rechtbank Noord-Nederland van 16 april 2013 en 18 augustus 2015;

b. het arrest in de zaak 200.175.704/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 oktober 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 10 december 2015 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3-7).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 29 januari 2016.