Insolventierecht

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Beëindiging zonder schone lei (art. 354 Fw); nieuwe schulden (terugvordering…

Zaakgegevens

Op 11 november 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 november 2016
Datum publicatie
11 november 2016
Zaaknummer
16/02955
Procedure
Cassatie
Advocaat
aanvankelijk mr. P.J.Ph. Dietz de Loos
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2579
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Beëindiging zonder schone lei (art. 354 Fw); nieuwe schulden (terugvordering bijstandsuitkering).

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 september 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1110
  2. Hoge Raad · 11 november 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2579

    Conclusie gevolgd

  3. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:GHARL:2016:4204

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

Inhoudsopgave

11 november 2016

Eerste Kamer

16/02955

LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoekster],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. P.J.Ph. Dietz de Loos, thans mr. K. Aantjes.

Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak R.05/11/82 van de rechtbank Gelderland van 17 februari 2011, 6 februari 2014, 12 maart 2015 en 10 maart 2016;

b. het arrest in de zaak 200.187.794 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 mei 2016.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot toepassing van artikel 80a lid 1 RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 11-13).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 november 2016.