Insolventierecht

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging (art. 350 Fw) wegens niet voldoen aan sollicitatie- en…

Hoge Raad, 19 februari 2016

Zaakgegevens

Op 19 februari 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 februari 2016
Datum publicatie
18 februari 2016
Zaaknummer
15/05299
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:287
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Tussentijdse beëindiging (art. 350 Fw) wegens niet voldoen aan sollicitatie- en informatieplicht.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 18 december 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:2688
  2. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:8389
  3. Hoge Raad · 19 februari 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:287

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

19 februari 2016

Eerste Kamer

15/05299

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak C/16/14/136R van de rechtbank Midden-Nederland van 3 augustus 2015;

b. het arrest in de zaak 200.174.776/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 november 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a lid 1 RO.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 4).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 19 februari 2016.