Insolventierecht

Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Art. 47 Fw, samenspanning? Onrechtmatige daad, selectieve betalingen…

Zaakgegevens

Op 23 maart 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 maart 2018
Datum publicatie
23 maart 2018
Zaaknummers
16/06153, 16/06174, 16/06176
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. A.H.M van den Steenhoven, mr. A.H.M van den Steenhoven, mr. A.H.M. van den Steenhoven
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:427
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Art. 47 Fw, samenspanning? Onrechtmatige daad, selectieve betalingen in zicht van faillissement? Wetenschap van naderend faillissement?

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 30 augustus 2016

    ECLI:NL:GHDHA:2016:2623
  2. Conclusie A-G · 12 januari 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:42
  3. Hoge Raad · 23 maart 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:427

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

23 maart 2018

Eerste Kamer

16/06153, 16/06174, 16/06176

LZ/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak 16/06153 van:

mr. Antoon Eduard VEERMAN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Adler Oxford B.V.,
wonende te Den Haag,

EISER tot cassatie,

advocaten: mr. A.M. van Aerde en mr. R.R. Verkerk,

t e g e n

[B] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,

in de zaak 16/06174 van:

mr. Antoon Eduard VEERMAN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Adler Oxford B.V.,

wonende te Den Haag,

EISER tot cassatie,

advocaten: mr. A.M. van Aerde en mr. R.R. Verkerk,

t e g e n

[C] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,

in de zaak 16/06176 van:

mr. Antoon Eduard VEERMAN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Adler Oxford B.V.,

wonende te Den Haag,

EISER tot cassatie,

advocaten: mr. A.M. van Aerde en mr. R.R. Verkerk,

t e g e n

[A] ,

wonende te [woonplaats] ,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven.

Eiser zal hierna ook worden aangeduid als de curator, en verweerders gezamenlijk als [A] c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaken C/09/460861/HA ZA 14-271, C/09/460863/HA ZA 14-272 en C/09/460867/HA ZA 14-273 van de rechtbank Den Haag van 2 juli 2014 en 1 juli 2015;

b. het arrest in de zaken 200.176.204/01, 200.176.206/01 en 200.176.208/01 van het gerechtshof Den Haag van 30 augustus 2016.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de curatorin iedere zaak afzonderlijk beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaardingen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

[A] c.s. hebben ieder afzonderlijk geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curator mede door mr. J.P. Uittenbroek. De Hoge Raad heeft de zaken gevoegd behandeld.

De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping.

De advocaat van de curator heeft bij brief van 26 januari 2018 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel in de zaak 16/06176, het middel in de zaak 16/06174 en het middel in de zaak 16/06153

In elk van de drie zaken kunnen de in het middel aangevoerde klachten niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

in de drie zaken:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [A] c.s. gezamenlijk begroot op € 6.590,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 23 maart 2018.