Intellectueel-eigendomsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Intellectuele eigendom. Auteursrecht op stoel? Art. 10 lid 2 Beschermingsrichtlijn en art…
Hoge Raad, 9 oktober 2020
ECLI:NL:HR:2020:1588 · Hoge Raad · 9 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/intellectueel-eigendomsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1588
Zaakgegevens
Op 9 oktober 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over intellectueel-eigendomsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2020
- Datum publicatie
- 7 oktober 2020
- Zaaknummer
- 19/02137
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Intellectueel-eigendomsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- H.J.W Alt, S.M. Kingma
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1588
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Intellectuele eigendom. Auteursrecht op stoel? Art. 10 lid 2 Beschermingsrichtlijn en art. 51 lid 1 Aw: bestond op 1 januari 1995 naar Frans recht auteursrecht? Betoog dat Franse rechtspraak van destijds, die berustte op de reciprociteitsregel van art. 7 lid 2 tweede volzin BC, in strijd was met het discriminatieverbod van het EU-recht. Verbod van art. 79 lid 1, onder b, RO. Proceskostenveroordeling ex art. 1019h Rv; toepassing Indicatietarieven IE-zaken HR.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 29 januari 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:216Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 mei 2020
ECLI:NL:PHR:2020:542Hoge Raad · 9 oktober 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1588
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02137
Datum 9 oktober 2020
ARREST
In de zaak van
1. MONTIS HOLDING B.V.,
gevestigd te Dongen,
2. MONTIS B.V.,
gevestigd te Dongen,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: Montis c.s.,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
1. STOFFEERDERIJ KLAVER DESIGN B.V.,
gevestigd te Ermelo,
2. STOFFEERDERIJ KLAVER B.V.,
gevestigd te Ermelo,
3. KLAVER BEHEER B.V.,
gevestigd te Ermelo,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: Klaver c.s.,
advocaat: S.M. Kingma.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak C/13/520568/HA ZA 12-801 van de rechtbank Amsterdam van 7 november 2012 en 3 juli 2013;
-
het arrest in de zaak 200.182.406/01 van het gerechtshof Amsterdam van 29 januari 2019.
Montis c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Klaver c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Montis c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervanis dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dienen Montis c.s. te worden verwezen in de proceskosten. Klaver c.s. hebben op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie gevorderd. Daarop zijn van toepassing de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad 2017. Deze zaak dient in de zin van die regeling te worden aangemerkt als een normale zaak. Voor de verweerder geldt in dat geval een tarief van maximaal € 20.000,--. Klaver c.s. maken aanspraak op een bedrag van € 14.807,74 voor salaris alsmede € 885,25 aan verschotten. Nu de specificatie van Klaver c.s. voldoet aan de vereisten onder 5 van de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad en genoemd bedrag aan salaris beneden het hiervoor genoemde maximum indicatietarief ligt, zal het gevorderde bedrag als hierna te melden worden toegewezen.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt Montis c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Klaver c.s. begroot op € 885,25 aan verschotten en € 14.807,74 voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Montis c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren G. Snijders, als voorzitter, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.H. Sieburgh op 9 oktober 2020.