Intellectueel-eigendomsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Intellectuele eigendomsrecht. Domeinnaam in strijd met merkrecht; overdracht domeinnaam?…
Hoge Raad, 17 december 2021
ECLI:NL:HR:2021:1908 · Hoge Raad · 17 december 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/intellectueel-eigendomsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-1908
Zaakgegevens
Op 17 december 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over intellectueel-eigendomsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 december 2021
- Datum publicatie
- 16 december 2021
- Zaaknummer
- 20/02243
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Intellectueel-eigendomsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- A.M van Aerde, V. Rörsch
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:1908
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Intellectuele eigendomsrecht. Domeinnaam in strijd met merkrecht; overdracht domeinnaam? Vervolg op HR 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2221. Proceskosten; art. 1019h Rv.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 juni 2021
ECLI:NL:PHR:2021:644Hoge Raad · 17 december 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:1908
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 20/02243
Datum 17 december 2021
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. ITT HOLDING B.V.,
gevestigd te Barneveld,
3. ITT CONTROL B.V.,
gevestigd te Barneveld,
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: A.M. van Aerde,
tegen
KARL DUNGS GMBH & CO. KG,
gevestigd te Urbach, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Karl Dungs,
advocaat: V. Rörsch.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:
-
zijn arrest tussen partijen in de zaak 17/04822 van 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2221;
-
het arrest in de zaak 200.258.815/01 van gerechtshof Den Haag van 21 april 2020.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Karl Dungs heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eisers] mede door N.M. Bilderbeek.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
[eisers] dienen als in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten.
Karl Dungs vordert primair vergoeding van de werkelijk door haar gemaakte proceskosten, op de grond dat het instellen van dit cassatieberoep moet worden aangemerkt als misbruik van procesrecht, althans onrechtmatig is, omdat daarbij geen ander doel wordt nagestreefd dan de vertraging van de uitvoering van de beslissing van de WIPO-geschillenbeslechter. Nu van genoemd motief niet is gebleken, kan het gestelde misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen niet worden aangenomen.
Subsidiair vordert Karl Dungs dat haar proceskosten, voor zover deze betrekking hebben op de merkenrechtelijke beoordeling, worden begroot op de voet van art. 1019h Rv. In zoverre is haar vordering wel toewijsbaar. Onderdeel 1 van het middel ziet op de merkenrechtelijke beoordeling van de zaak. Daaraan worden de kosten voor 50% toegerekend. Van toepassing zijn de Indicatietarieven in IE-zaken Hoge Raad 2017. De zaak dient in de zin van die regeling te worden aangemerkt als een eenvoudige zaak. Dat betekent dat wat betreft het honorarium voor vergoeding in aanmerking komt 50% x (€ 10.000,-- + € 3.000,--) = € 6.500,--. Voor de andere helft van de zaak wordt 50% van het liquidatietarief toegepast, te weten € 1.100,--.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Karl Dungs begroot op € 902,34 aan verschotten en € 7.600,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 17 december 2021.