Ondernemingsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Faillissementsrecht. Ondernemingsrecht. Zuid-Afrikaans faillissement…
Hoge Raad, 7 juni 2019
ECLI:NL:HR:2019:851 · Hoge Raad · 7 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/ondernemingsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-851
Zaakgegevens
Op 7 juni 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juni 2019
- Datum publicatie
- 4 juni 2019
- Zaaknummer
- 18/00635
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. Chr.F. Kroes.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:851
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Faillissementsrecht. Ondernemingsrecht. Zuid-Afrikaans faillissement. Bevoegdheid Curatoren ten aanzien van Stichting particulier fonds (SPF) naar het recht van Curaçao. Toepassing vreemd recht, art. 79 lid 1, onder b, RO. Oprichtersrechten bij SPF; aard en overdraagbaarheid. Onrechtmatige daad; misbruik van identiteitsverschil; onttrekken van vermogen ultimate benificial owner (UBO) aan verhaal? Vervreemdingsverbod, recht op inzage in administratie en vervangen bestuur.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 maart 2019
ECLI:NL:PHR:2019:267Hoge Raad · 7 juni 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:851
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
7 juni 2019
Eerste Kamer
18/00635
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. CORPORATE AGENTS N.V.,
gevestigd in Curaçao,
2. COVENANT MANAGERS N.V.,
gevestigd in Curaçao,
VERZOEKSTERS tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaten: mr. J.A.M.A. Sluysmans en mr. R.T. Wiegerink,
t e g e n
1. Gavin Cecil GAINSFORD,
kantoorhoudende te Johannesburg,
Zuid-Afrika,
2. Mario Paul WALTERS,
kantoorhoudende te Kaapstad,
Zuid-Afrika,
in hun hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1] ,
VERWEERDERS in cassatie, verzoekers in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. Chr.F. Kroes.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Corporate Agents c.s. en de Curatoren.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak AR KG 82461/2017 van het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao van 5 mei 2017;
b. het vonnis in de zaak KG 82461/17 - H 42/17 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 december 2017.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof hebben Corporate Agents c.s. beroep in cassatie ingesteld. De Curatoren hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Corporate Agents c.s. hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Corporate Agents c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Curatoren begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 7 juni 2019.