Ondernemingsrecht

Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement (art. 2:248 BW) en…

Hoge Raad, 12 december 2025

Zaakgegevens

Op 12 december 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 december 2025
Datum publicatie
11 december 2025
Zaaknummer
24/04007
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
H.J.W Alt, B.I Kraaipoel, M.S. van der Keur
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:1894
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement (art. 2:248 BW) en vrijwaringszaak. O.m. klacht dat hof onjuiste maatstaf heeft gehanteerd voor bestuurdersaansprakelijkheid.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30 juli 2024

    ECLI:NL:GHARL:2024:4945
  2. Conclusie A-G · 26 september 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1045
  3. Hoge Raad · 12 december 2025deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2025:1894

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/04007

Datum 12 december 2025

ARREST

In de zaak van

1. ROEBIA ZORG DIENST VERLENING B.V.,

gevestigd te Almere,

2. [bestuurder 2] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [bestuurder 3],

wonende te [woonplaats],

4. [bestuurder 4] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

5. [bestuurder 5],

wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

hierna: de bestuurders,

advocaat: H.J.W. Alt,

tegen

Mark-Hendrik DE VRIES q.q.,

kantoorhoudende te Amsterdam,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de curator,

advocaat: B.I. Kraaipoel,

In de vrijwaring:

ZILVEREN KRUIS ZORGKANTOOR N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

hierna: het zorgkantoor,

advocaat: M.S. van der Keur.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaken C/16/514164 / HL ZA 20-363 en C/16/525086 / HL ZA 21-208 / HvW/5452 van de rechtbank Midden-Nederland van 31 maart 2021 en 14 december 2022, hersteld bij vonnis van 11 januari 2023;

b. de arresten in de zaak 200.329.718/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 maart 2024 en 30 juli 2024.

De bestuurders hebben tegen het arrest van het hof van 30 juli 2024 beroep in cassatie ingesteld.

De curator en het zorgkantoor hebben ieder afzonderlijk een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de bestuurders heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt de bestuurders in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.463,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de bestuurders deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan, en aan de zijde van het zorgkantoor begroot op 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de bestuurders deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 12 december 2025.