Ondernemingsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Algemeen vermogensrecht. Joint venture-geschil. O.a. klachten over…
Hoge Raad, 26 september 2025
ECLI:NL:HR:2025:1408 · Hoge Raad · 26 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/ondernemingsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-1408
Zaakgegevens
Op 26 september 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 september 2025
- Datum publicatie
- 26 september 2025
- Zaaknummer
- 24/02142
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- N.E Groeneveld-Tijssens, aanvankelijk J.P. Heering en H Boom
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1408
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Algemeen vermogensrecht. Joint venture-geschil. O.a. klachten over toepassing van art. 3:44 lid 4 BW, toetsing van schorsing uitvoerend bestuurder aan redelijkheid en billijkheid (art. 2:8 BW) en beoordeling van uittreedvordering (art. 2:343 BW).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 juni 2025
ECLI:NL:PHR:2025:735Hoge Raad · 26 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1408
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02142
Datum 26 september 2025
ARREST
In de zaak van
1. WINDWARD HOLDING B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats], Andorra,
EISERS tot cassatie,
hierna: Windward c.s.,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens,
tegen
1. JZ LOGISTICS HOLDING (OVERSEAS) CO., LTD.,
gevestigd te Hongkong, China,
2. SHANGHAI JUNZHENG LOGISTICS CO., LTD.,
gevestigd te Shanghai, China,
3. NORTH SEA TANKERS B.V.,
gevestigd te Krimpen aan den IJssel,
4. STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR NORTH SEA TANKERS,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: Junzheng c.s.,
advocaat: aanvankelijk J.P. Heering en H. Boom, thans alleen H. Boom.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/617439/ HA ZA 21-379 van de rechtbank Rotterdam van 13 juli 2022;
b. de arresten in de zaak 200.317.527/01 van de ondernemingskamer in het gerechtshof Amsterdam van 19 september 2023 en 5 maart 2024.
Windward c.s. hebben tegen het arrest van het hof van 5 maart 2024 beroep in cassatie ingesteld.
Junzheng c.s. hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Junzheng c.s. mede door G.J. Standhardt en E. Kerckhoffs.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Windward c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Windward c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Junzheng c.s. begroot op € 8.206,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Windward c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 26 september 2025.