Ondernemingsrecht

Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Art. 2:349a lid 2 BW. Procesrecht. Art. 173 Rv. Verzoek bij de…

Hoge Raad, 11 december 2020

Zaakgegevens

Op 11 december 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 december 2020
Datum publicatie
9 december 2020
Zaaknummer
20/00617
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
F.E. Vermeulen
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:2000
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Art. 2:349a lid 2 BW. Procesrecht. Art. 173 Rv. Verzoek bij de ondernemingskamer tot een onmiddellijke voorziening, inhoudende een bevel tot het afgeven van een ‘witness statement’ door bestuurder/aandeelhouder in een in het buitenland lopende procedure. Is voor een dergelijk bevel een uitdrukkelijke wettelijke grondslag vereist?

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 8 januari 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:297
  2. Conclusie A-G · 17 juli 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:702
  3. Hoge Raad · 11 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:2000

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/00617

Datum 11 december 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

1. DELCO PARTICIPATION B.V.,
gevestigd te Oisterwijk,

2. H.P.L. METALS B.V.,
gevestigd te Nijmegen,

3. [verzoeker 3],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

hierna gezamenlijk: Delco c.s.,

advocaat: F.E. Vermeulen,

tegen

1. SVO COMPANY B.V.,
gevestigd te Oisterwijk,

2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

hierna gezamenlijk: SVO c.s.,

advocaten: J. de Bie Leuveling Tjeenk en M.H.K. Jansen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak 200.183.207/04 OK van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 1 februari 2016, 2 februari 2016, 9 februari 2016, 3 juli 2017, 8 november 2017 en 8 januari 2020.

Delco c.s. hebben tegen de beschikking van het hof van 8 januari 2020 beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

SVO c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van Delco c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van de ondernemingskamer van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt Delco c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SVO c.s. begroot op € 899,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 11 december 2020.

ECLI:NL:HR:2020:2000 – Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Art. 2:349a lid 2 BW… | Uitspraken.nl