Ondernemingsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Algemene vergadering van aandeelhouders van een besloten vennootschap…
Hoge Raad, 8 mei 2020
ECLI:NL:HR:2020:832 · Hoge Raad · 8 mei 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/ondernemingsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-832
Zaakgegevens
Op 8 mei 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 mei 2020
- Datum publicatie
- 7 mei 2020
- Zaaknummer
- 19/00274
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J.P Heering, N.T. Dempsey
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:832
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Algemene vergadering van aandeelhouders van een besloten vennootschap ontslaat bestuurder zonder kennisneming van diens raadgevende stem (art. 2:227 lid 7 BW). Klacht tegen oordeel van het hof dat ontslagbesluit vernietigbaar is (art. 2:15 BW) en niet nietig (art. 2:14 BW).
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 november 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4876Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 januari 2020
ECLI:NL:PHR:2020:111Hoge Raad · 8 mei 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:832
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/00274
Datum 8 mei 2020
ARREST
In de zaak van
[eiseres] HOLDING B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres] Holding,
advocaat: J.P. Heering,
tegen
[verweerster] BEHEER B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster] Beheer,
advocaat: N.T. Dempsey.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
het vonnis in de zaak C/02/335282/KG ZA 17-598 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 november 2017;
-
de arresten in de zaak 200.229.318/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 15 mei 2018 en 27 november 2018.
[eiseres] Holding heeft tegen het arrest van het hof van 27 november 2018 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster] Beheer heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] Holding mede door H.J.Th. Kolstee en voor [verweerster] Beheer mede door J.H.G. Hordijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] Holding heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [eiseres] Holding in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] Beheer begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] Holding deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.E. du Perron, M.J. Kroeze en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 8 mei 2020.