Ondernemingsrecht

Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Tweede fase enquêteprocedure. Ondernemingskamer oordeelt dat sprake is…

Hoge Raad, 20 september 2024

Zaakgegevens

Op 20 september 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 september 2024
Datum publicatie
19 september 2024
Zaaknummer
23/04852
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
R.L.M.M Tan, K Aantjes
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1256
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Tweede fase enquêteprocedure. Ondernemingskamer oordeelt dat sprake is van wanbeleid bij twee vennootschappen en dat deze bij wijze van definitieve voorziening moeten worden ontbonden. Miskenning dat oordeel wanbeleid en ontbinding alleen kunnen worden uitgesproken op tijdig verzoek van persoon, genoemd in art. 2:355 lid 1 BW? Miskenning dat ontbinding van vennootschappen ultimum remedium is? Motiveringsklachten.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 2 oktober 2023

    ECLI:NL:GHAMS:2023:2882
  2. Conclusie A-G · 28 juni 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:714
  3. Hoge Raad · 20 september 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1256

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 23/04852

Datum 20 september 2024

BESCHIKKING

In de zaak van

LAMB SHEPHERD HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: Lamb,

advocaat: R.L.M.M. Tan,

tegen

1. BYBLOS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [verweerder 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

VERWEERDERS tot cassatie,

hierna: Byblos c.s.,

advocaat: K. Aantjes,

3. [verweerder 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

4. CASA DELLA GIOIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

5. STICHTING ADMINISTATIEKANTOOR CASA DELLA GIOIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

6. [verweerder 6] ,

wonende te [woonplaats] ,

7. [verweerder 7] ,

wonende te [woonplaats] ,

8. [verweerder 8] ,

wonende te [woonplaats] ,

9. RABONI O.G. B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERDERS in cassatie,

hierna: [verweerders 3 t/m 9] ,

niet verschenen.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaak 200.246.365/01 OK van het gerechtshof Amsterdam van 27 november 2018, 3 december 2018 en 28 augustus 2019, de beschikking in de zaak 200.249.755/01 OK van het gerechtshof Amsterdam van 29 januari 2019 en de beschikkingen in beide zaken van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2019, 9 december 2019, 19 juni 2023 en 2 oktober 2023.

Lamb heeft tegen de beschikking van de ondernemingskamer van 2 oktober 2023 beroep in cassatie ingesteld.

Byblos c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen en aan [verweerders 3 t/m 9] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Lamb heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking de ondernemingskamer beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt Lamb in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 3 t/m 9] begroot op nihil, en aan de zijde van Byblos c.s. begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 20 september 2024.