Ondernemingsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Bestuursaansprakelijkheid ter zake van doorverkoop vastgoed…
Hoge Raad, 11 oktober 2024
ECLI:NL:HR:2024:1420 · Hoge Raad · 11 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/ondernemingsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-1420
Zaakgegevens
Op 11 oktober 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 oktober 2024
- Datum publicatie
- 10 oktober 2024
- Zaaknummer
- 23/04237
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J. de Jong van Lier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:1420
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Bestuursaansprakelijkheid ter zake van doorverkoop vastgoed. Procesrecht. Klachten over o.a. uitleg gedingstukken en grenzen rechtsstrijd.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 augustus 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:6559Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 augustus 2024
ECLI:NL:PHR:2024:867Hoge Raad · 11 oktober 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:1420
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/04237
Datum 11 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
EVEMIJ B.V.,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Evemij,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/18/202315 / HA ZA 20-243 van de rechtbank Noord-Nederland van 30 juni 2021 en 2 maart 2022;
b. de arresten in de zaak 200.310.712/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022 en 1 augustus 2023.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 1 augustus 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Evemij is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Evemij begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 11 oktober 2024.