Ondernemingsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Rol van commissarissen. Vaststelling wanbeleid en…
Hoge Raad, 7 juni 2024
ECLI:NL:HR:2024:820 · Hoge Raad · 7 juni 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/ondernemingsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2024-820
Zaakgegevens
Op 7 juni 2024 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over ondernemingsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juni 2024
- Datum publicatie
- 6 juni 2024
- Zaaknummer
- 23/03233
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Ondernemingsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- B.I. Kraaipoel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2024:820
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Rol van commissarissen. Vaststelling wanbeleid en vernietiging dechargebesluiten. Veroordeling in onderzoekskosten. Betekenis van publiek belang bij onderneming. Tegenstrijdig belang. Samenhang met zaak 23/03186.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 17 mei 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:1119Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 april 2024
ECLI:NL:PHR:2024:385Hoge Raad · 7 juni 2024
ECLI:NL:HR:2024:817Hoge Raad · 7 juni 2024deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2024:820
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/03233
Datum 7 juni 2024
BESCHIKKING
In de zaak van
1. [verzoeker 1],
wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,
2. [verzoeker 2],
wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,
3. [verzoeker 3],
wonende te [woonplaats], Verenigd Koninkrijk,
VERZOEKERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: de Providence Commissarissen,
advocaten: J.W.M.K. Meijer en M.H.K. Jansen,
tegen
Wouter Johan Pieter JONGEPIER, in zijn hoedanigheid van curator in het
faillissement van Estro Groep B.V., Estro Services B.V. en Estro Kinderopvang B.V.,
kantoorhoudende te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de curator,
advocaat: B.I. Kraaipoel,
en
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4],
wonende te [woonplaats],
5. [verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
6. [verweerder 6],
wonende te Duitsland,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 200.309.886/01 OK van de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2023.
De Providence Commissarissen hebben tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft verzocht het beroep te verwerpen.
[verweerders] hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van de Providence Commissarissen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Providence Commissarissen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris en aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 7 juni 2024.