Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Verzoek wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag in eenhoofdig gezag. Art…
Hoge Raad, 25 april 2014
ECLI:NL:HR:2014:997 · Hoge Raad · 25 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-997
Zaakgegevens
Op 25 april 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 april 2014
- Datum publicatie
- 24 april 2014
- Zaaknummer
- 13/04417
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. V.K.S. Budhu Lall
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:997
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Verzoek wijziging gezamenlijk ouderlijk gezag in eenhoofdig gezag. Art. 1:251a onder a BW. Art. 1:247 BW.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 maart 2014
ECLI:NL:PHR:2014:196Hoge Raad · 25 april 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:997
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
25 april 2014
Eerste Kamer
nr. 13/04417
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. V.K.S. Budhu Lall,
t e g e n
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 73855/FA RK 10-889 en 76321/FA RK 10-1693 van de rechtbank Middelburg van 30 maart 2011, 24 augustus 2011, 4 april 2012 en 24 oktober 2012;
b. de beschikking in de zaak HV 200.120.333/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 juni 2013.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De vader heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 april 2014.