Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Kinderalimentatie. Art. 1:401 lid 4 BW. Bepaling financiële…
Hoge Raad, 11 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:1432 · Hoge Raad · 11 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-1432
Zaakgegevens
Op 11 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 september 2026
- Datum publicatie
- 10 september 2026
- Zaaknummer
- 26/00163
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.K. van der Brugge
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1432
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Kinderalimentatie. Art. 1:401 lid 4 BW. Bepaling financiële draagkracht. Ontbreken van relevante inkomensgegevens. Heeft vrouw voldoende gesteld? Standpunt man over inkomen vrouw onvoldoende onderbouwd?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 21 oktober 2025
ECLI:NL:GHARL:2025:6495Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 juni 2026
ECLI:NL:PHR:2026:579Hoge Raad · 11 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1432
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 26/00163
Datum 11 september 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: de man,
advocaat: R.K. van der Brugge,
tegen
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: de vrouw,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/05/439674 / FA RK 24-2651 van de rechtbank Gelderland van 16 december 2024;
b. de beschikking in de zaak 200.352.464/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 oktober 2025.
De man heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.J.P. Lock, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 11 september 2026.