Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Wvggz, aansluitende zorgmachtiging, voorstel geneesheer-directeur, vermelding duur…
Hoge Raad, 18 september 2026
ECLI:NL:HR:2026:1495 · Hoge Raad · 18 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2026-1495
Zaakgegevens
Op 18 september 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 september 2026
- Datum publicatie
- 17 september 2026
- Zaaknummer
- 26/00643
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J. de Jong van Lier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1495
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Wvggz, aansluitende zorgmachtiging, voorstel geneesheer-directeur, vermelding duur zorgvormen, art. 5:17 lid 4 Wvggz, zorgplan. Wijziging zorgmachtiging, noodsituatie, art. 8:11 Wvggz, duur machtiging. Onafhankelijkheid psychiater, art. 5:7 Wvggz, zelfde werkadres als behandelaar. Medische verklaring, wijze van ondertekening.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 juli 2026
ECLI:NL:PHR:2026:724Hoge Raad · 18 september 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1495
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 26/00643
Datum 18 september 2026
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ZEELAND/WEST-BRABANT,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikkingen in de zaken C/02/441716 / FA RK 25-5772 en C/02/445017/FA RK 26-778 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 november 2025, 16 februari 2026 en 18 februari 2026.
Betrokkene heeft tegen de beschikkingen van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikkingen van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikkingen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 18 september 2026.