Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. IPR. Kort geding. Vaststelling omgangsregeling in afwachting verzoek om…
Hoge Raad, 25 april 2014
ECLI:NL:HR:2014:999 · Hoge Raad · 25 april 2014
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2014-999
Zaakgegevens
Op 25 april 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 april 2014
- Datum publicatie
- 24 april 2014
- Zaaknummer
- 13/02388
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.S. Kamminga
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2014:999
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. IPR. Kort geding. Vaststelling omgangsregeling in afwachting verzoek om teruggeleiding kinderen naar de VS. Aansluiting bij door Amerikaanse rechter vastgestelde omgangsregeling. Buiten grenzen rechtsstrijd? Hoogte opgelegde dwangsommen.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 maart 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4798Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 maart 2014
ECLI:NL:PHR:2014:189Hoge Raad · 25 april 2014deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2014:999
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
25 april 2014
Eerste Kamer
nr. 13/02388
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[de vader],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 96464/KG ZA 12-245 van de voorzieningenrechter te Assen van 17 december 2012;
b. het arrest in de zaak 200.120.781/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 maart 2013 en herstelarrest van 26 april 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 19 maart 2013 heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de vader is verstek verleend.
De zaak is voor de moeder toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 25 april 2014.