Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht, procesrecht. Gebruiksvergoeding voormalige echtelijke woning. Verzoek wel in…
Hoge Raad, 4 december 2015
ECLI:NL:HR:2015:3480 · Hoge Raad · 4 december 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-3480
Zaakgegevens
Op 4 december 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 december 2015
- Datum publicatie
- 4 december 2015
- Zaaknummer
- 15/00986
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. S. Kousedghi
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:3480
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht, procesrecht. Gebruiksvergoeding voormalige echtelijke woning. Verzoek wel in gewijzigd petitum opgenomen, maar niet onderbouwd.
Procesgang
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:GHARL:2013:9888Uitspraak · 2014
ECLI:NL:GHARL:2014:9408Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 oktober 2015
ECLI:NL:PHR:2015:2084Hoge Raad · 4 december 2015deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2015:3480
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
4 december 2015
Eerste Kamer
15/00986
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 307448/FA RK 11-3377 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 februari 2013;
b. de beschikkingen in de zaak 200.126.576 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 december 2013 en 4 december 2014.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 4 december 2014 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 23 oktober 2015 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 4 december 2015.