Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. IPR. Verzoek van vrouw tot wijziging alimentatie, nadat Marokkaanse rechter…
Hoge Raad, 9 september 2016
ECLI:NL:HR:2016:2045 · Hoge Raad · 9 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-2045
Zaakgegevens
Op 9 september 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 september 2016
- Datum publicatie
- 9 september 2016
- Zaaknummer
- 15/04643
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.S.G. Janssens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:2045
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. IPR. Verzoek van vrouw tot wijziging alimentatie, nadat Marokkaanse rechter “schadeloosstelling” voor de vrouw heeft bepaald. Verzoek afgewezen. Klachten vrouw over onjuiste toepassing Alimentatieverordening 4/2009/EG.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 9 juli 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:2586Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 mei 2016
ECLI:NL:PHR:2016:446Hoge Raad · 9 september 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:2045
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
9 september 2016
Eerste Kamer
15/04643
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/01/263366 FA RK 13-2650 van de rechtbank Oost-Brabant van 27 maart 2014;
b. de beschikking in de zaak F 200.151.821/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 juli 2015.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 9 juni 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 9 september 2016.