Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Ouderlijk gezag en omgang met vader.
Hoge Raad, 30 september 2016
ECLI:NL:HR:2016:2235 · Hoge Raad · 30 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-2235
Zaakgegevens
Op 30 september 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 september 2016
- Datum publicatie
- 30 september 2016
- Zaaknummer
- 15/05707
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. S Kousedghi, mr. R.K. van der Brugge
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:2235
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Ouderlijk gezag en omgang met vader.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 juni 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:1921Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 september 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:3532Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 juni 2016
ECLI:NL:PHR:2016:550Hoge Raad · 30 september 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:2235
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
30 september 2016
Eerste Kamer
15/05707
AS/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
[de vader],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak C/01/256733/FA RK 12-6607 van de rechtbank Oost-Brabant van 27 januari 2014 en 7 maart 2014;
b. de beschikkingen in de zaak F 200.142.416/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 juni 2014 en 10 september 2015, alsmede de procesbeslissingen van dat hof van 16 januari 2015 en 7 mei 2015.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de procesbeslissingen van 16 januari 2015 en 7 mei 2015, alsmede de beschikking van het hof van 10 september 2015 heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 8 juli 2016 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 30 september 2016.