Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling (art. 1:255 BW) op de grond dat moeder…
Hoge Raad, 8 september 2017
ECLI:NL:HR:2017:2272 · Hoge Raad · 8 september 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2272
Zaakgegevens
Op 8 september 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 september 2017
- Datum publicatie
- 7 september 2017
- Zaaknummer
- 16/05678
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W Alt, mr. M.M. van Asperen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2272
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Ondertoezichtstelling (art. 1:255 BW) op de grond dat moeder haar kind nog niet heeft ingelicht over identiteit vader en nog niet met deze in contact heeft gebracht. Minder ingrijpende maatregel mogelijk?
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 24 augustus 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:2451Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 juni 2017
ECLI:NL:PHR:2017:551Hoge Raad · 8 september 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2272
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
8 september 2017
Eerste Kamer
16/05678
LZ/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO HAAGLANDEN, locatie Den Haag,
gevestigd te Den Haag,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.M. van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de raad.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak C/09/499130/JE RK 15-2119 van de rechtbank Den Haag van 30 november 2015;
b. de beschikking in de zaak 200.186.459/01 van het gerechtshof Den Haag van 24 augustus 2016.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raad heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 23 juni 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 8 september 2017.