Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Verlenging ondertoezichtstelling. Verzoek contra-expertise; art…
Hoge Raad, 29 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:1028 · Hoge Raad · 29 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1028
Zaakgegevens
Op 29 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 juni 2018
- Datum publicatie
- 27 juni 2018
- Zaaknummer
- 17/05520
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.W. Keus
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1028
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Verlenging ondertoezichtstelling. Verzoek contra-expertise; art. 810a lid 2 Rv. Samenhang met HR 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:358.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 april 2018
ECLI:NL:PHR:2018:418Hoge Raad · 29 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1028
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
29 juni 2018
Eerste Kamer
17/05520
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. R.W. Keus,
t e g e n
1. STICHTING JEUGDBESCHERMING OVERIJSSEL,
gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen,
e n
2. [de vader],
wonende te [woonplaats],
BELANGHEBBENDE in cassatie,
niet verschenen.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als de moeder, verweerster als de GI en belanghebbende als de vader.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaken C/08/189513/JE RK 16-1306 en C/08/189181/JE RK 16-1245 van de rechtbank Overijssel van respectievelijk 12 september 2016 en 17 oktober 2016;
b. de beschikkingen in de zaak 200.206.347/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 april 2017 en 22 augustus 2017.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 22 augustus 2017 heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De GI en de vader hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 4 mei 2018 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 29 juni 2018.