Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. IPR. Familierecht. Kinderalimentatie. Toepasselijkheid Bulgaars recht. Art. 3…
Hoge Raad, 28 september 2018
ECLI:NL:HR:2018:1785 · Hoge Raad · 28 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1785
Zaakgegevens
Op 28 september 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 september 2018
- Datum publicatie
- 26 september 2018
- Zaaknummer
- 17/05736
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C Reijntjes-Wendenburg, mr. M.E.M.G. Peletier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1785
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. IPR. Familierecht. Kinderalimentatie. Toepasselijkheid Bulgaars recht. Art. 3 Alimentatieprotocol. Begrip "gewone verblijfplaats"
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 juni 2018
ECLI:NL:PHR:2018:697Hoge Raad · 28 september 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1785
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
28 september 2018
Eerste Kamer
17/05736
EE/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg,
t e g e n
[de vrouw],
wonende te [woonplaats], Bulgarije,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/03/199100/FA RK 14-3783 van de rechtbank Limburg van 15 september 2015;
b. de beschikkingen in de zaak 200.182.575/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 13 oktober 2016 en 7 september 2017.
De beschikkingen van het hof zijn aan deze de beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 28 september 2018.