Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Partneralimentatie. Beëindigingsverzoek. Behoefte…
Hoge Raad, 15 juni 2018
ECLI:NL:HR:2018:920 · Hoge Raad · 15 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-920
Zaakgegevens
Op 15 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 juni 2018
- Datum publicatie
- 14 juni 2018
- Zaaknummer
- 17/04197
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.K. van der Brugge
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:920
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Partneralimentatie. Beëindigingsverzoek. Behoefte alimentatiegerechtigde.
Procesgang
Uitspraak · 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:10312Gerechtshof Den Haag · 31 mei 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:1698Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 april 2018
ECLI:NL:PHR:2018:400Hoge Raad · 15 juni 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:920
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
15 juni 2018
Eerste Kamer
17/04197
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge,
t e g e n
[de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/09/481937 van de rechtbank Den Haag van 25 augustus 2015;
b. de beschikkingen in de zaak 200.180.425 van het gerechtshof Den Haag van 14 september 2016 en 31 mei 2017.
De beschikking van het hof van 31 mei 2017 is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 31 mei 2017 heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 18 april 2018 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president G. de Groot op 15 juni 2018.