Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Gezag en omgangsregeling. Had hof verzoek om…
Hoge Raad, 8 februari 2019
ECLI:NL:HR:2019:202 · Hoge Raad · 8 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-202
Zaakgegevens
Op 8 februari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 februari 2019
- Datum publicatie
- 8 februari 2019
- Zaaknummer
- 18/01168
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:202
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Gezag en omgangsregeling. Had hof verzoek om deskundigenonderzoek moeten inwilligen? Art. 810a lid 2 Rv. Motiveringsklachten. Samenhang met zaak 18/01172.
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:11147Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 oktober 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1485Hoge Raad · 8 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:202
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
8 februari 2019
Eerste Kamer
18/01168
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
1. [de vrouw],
wonende op een geheim adres,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen,
2. De gecertificeerde instelling,
SAMEN VEILIG JEUGDBESCHERMING BRABANT,
BELANGHEBBENDE in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man, de vrouw en de GI.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikkingen in de zaak C/02/276004 FA RK 14-334 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 23 april 2014 en 17 februari 2015;
b. de beschikking in de zaak 290500 van de rechtbank Oost-Brabant van 27 juli 2016;
c. de beschikking in de zaken 200.201.955/01 en 200.201.955/02 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 november 2016;
d. de beschikking in de zaken 200.207.736/01 en 200.207.736/02 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december 2017.
De beschikking van het hof 's-Hertogenbosch en de beschikking van het hof Arnhem-Leeuwarden zijn aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikkingen van het hof 's-Hertogenbosch en het hof Arnhem-Leeuwarden heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend verzoekschrift zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De vrouw en de GI hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 8 februari 2019.