Personen- en familierecht
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Echtscheiding. Bij welke ouder hebben de minderjarigen hun…
Hoge Raad, 19 april 2019
ECLI:NL:HR:2019:634 · Hoge Raad · 19 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-634
Zaakgegevens
Op 19 april 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 april 2019
- Datum publicatie
- 18 april 2019
- Zaaknummer
- 18/04688
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:634
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Echtscheiding. Bij welke ouder hebben de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats? Art. 1:253a BW.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 april 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:1666Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 oktober 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:4094Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:6415Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 februari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:282Hoge Raad · 19 april 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:634
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
19 april 2019
Eerste Kamer
18/04688
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vader] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mr. D.M. de Knijff en
mr. M.S. van der Keur,
t e g e n
1. [de moeder] ,
wonende te [woonplaats 2] , Frankrijk,
VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen,
en
2. DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGI ZUIDOOST NEDERLAND,
gevestigd te Maastricht,
3. STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG,
gevestigd te Heerlen,
BELANGHEBBENDEN in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader, de moeder, de raad en de stichting.
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak C/03/230607/FA RK 17-130 van de rechtbank Limburg van 6 oktober 2017, aangevuld bij beschikking van 29 november 2017;
b. de tussenbeschikking in de zaak 200.230.842/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 19 april 2018 en de beschikking in de zaken 200.230.842/01 en 200.235.196/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 4 oktober 2018.
De beschikking van het hof van 4 oktober 2018 is aan deze beschikking gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof van 4 oktober 2018 heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder, de raad en de stichting hebben geen verweerschriften ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vader heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 19 april 2019.